Een veiliger internet begint met voorlichting voor gebruikers
Regelmatig berichten de media over het oppakken van hackers op verdenking van cybercrime. De vraag is of de overheid nog actiever zou moeten optreden tegen cybercrime. Zou het niet meer een proactief security-beleid moeten voeren in plaats van achteraf actie te ondernemen? Moet de lokale overheid actie ondernemen om de internetveiligheid te waarborgen en handhaven of is het beter om dit in internationaal verband te doen?
Om de overheid daarin te adviseren is onlangs een rapport uitgebracht door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over ‘de publieke kern van het internet’. Onder de ‘publieke kern’ verstaat men de verzameling internetprotocollen, waaronder de TCP/IP, DNS en routing. In dit rapport komt men tot de conclusie dat ‘overheden uiterst terughoudend moeten zijn met beleid, wetgeving en operationele activiteiten die ingrijpen in de kernprotocollen van het internet’. Het rapport stelt dat het beheer van deze publieke kern van het internet in handen is van een aantal organisaties, de ‘technische gemeenschap’ genaamd. Het rapport vermeldt dat het beheer in principe in goede handen is, maar dat er vanuit verschillende kanten druk wordt opgebouwd om daar verandering in aan te brengen. Waar die precies vandaan komt, wordt niet vermeld.
Neutrale zone
Een van de aanbevelingen is om een internationale norm op te stellen, waarin de centrale protocollen van het internet aangemerkt worden als een neutrale zone, en overheidsbemoeienis omwille van nationale belangen niet geoorloofd is. De gedachten gaan uit om bijvoorbeeld via de EU, OESO, VN en Raad van Europa in handelsverdragen een clausule op te nemen. Echter over het handhaven en controleren van de naleving van een dergelijke internationale norm, wordt met geen woord gerept. De vraag is of de naleving daarvan ooit gaat lukken. Nu al is het, ondanks alle technische middelen die ons ter beschikking staan, vaak lastig om te achterhalen wie er achter een cyber-aanval zit. De vraag is daarom of de aanvaller (lees: een overheid) voor een internationaal gerechtshof kan worden gesleept.
Haalbaar
Het rapport komt met veel aanbevelingen in de vorm van normen, waarbij de vraag is of deze realistisch dan wel haalbaar zijn. Het stellen van normen biedt absoluut geen garantie dat landen zich gaan houden aan deze afspraken. Neem als voorbeeld het verdrag tegen de verspreiding en verdere ontwikkeling en productie van kernwapens. Dat verdrag is door de meeste landen ondertekend, maar in het geheim gaan sommige landen gewoon door met de ontwikkeling van kernwapens, puur voor de ‘veiligheid’.
Begin bij de jeugd
Kunnen we dan helemaal niets doen om ons tegen het gebruik van het onveilige internet te beschermen? Jazeker, de oplossing ligt voor een groot deel aan de gebruikerskant. Zij moeten op de gevaren worden gewezen en op de mogelijkheden om hun veiligheid te vergroten. Dat kan al bij de jeugd beginnen door, net zoals verkeerslessen, lessen over internetveiligheid op te nemen in het onderwijs. Verder zou men kunnen denken een ‘rijvaardigheidsbewijs’ voor het gebruik van het internet. Wil men een (digitale) dienst afnemen bij de overheid of bank, dan moet men eerst een cursus volgen voor een veilig gebruik en het nemen van voorzorgsmaatregelen zoals firewalls en virusscanners. Dit is een veel effectievere aanpak dan het door de overheid laten uitvaardigen van normen in ‘de publieke kern van het internet’, die in de praktijk waarschijnlijk niet kunnen worden gehandhaafd.
De Next Generation Firewall moet hackers buiten de poort houden
Helaas zijn er nog steeds ondernemingen en organisaties die denken dat hun eerste generatie firewall nog een goede bescherming biedt tegen aanvallen van buitenaf. Wat ze niet weten is dat hackers steeds vaker gebruik maken van de openstaande netwerkpoorten om de inhoud van data packets te inspecteren. Op basis van deze informatie zijn hackers in staat om kritische informatie te verzamelen om gerichte aanvallen uit te voeren.
In een eerdere blog gaf ik aan dat een bedreiging kan worden veroorzaakt door kwaadaardige email, de zogenaamde spam en phishing. De traditionele ‘state full packet inspection’ van alleen packet headers, is een verouderde inspectiemethode die gebaseerd is op port filtering. Het biedt slechts een beperkte bescherming omdat het merendeel van het Internetverkeer nu via een web browser gaat op basis van slechts één standaard protocol (http of https). Internet services, van mail en streaming video tot social networking, gaan allemaal via dezelfde (altijd openstaande) poort 80 en/of 443.
De huidige en steeds vaker kritische zakelijke applicaties worden via de open poorten verstuurd, die voorheen gereserveerd waren voor een enkele functie (zoals http). De legacy firewall-technologie is in feite ‘blind’ geworden en niet in staat om een onderscheid te maken tussen het gewone http-verkeer en de nieuwe niet-http-services, zoals VoIP, Skype, Torrents, of Instant Messaging (IM). Het is dan niet verstandig om langer te blijven vertrouwen op de port en protocol- combinaties bij het bepalen welke netwerkapplicaties toegang hebben en welke niet. Tijd dus voor een firewall die in staat is om de inhoud van alle data packets te inspecteren om vast te stellen welke applicaties over welke poorten mogen gaan. Op basis daarvan zijn beslissingen te definiëren over welke applicaties wel of niet toegang hebben. Een dergelijke functionaliteit wordt geboden door de nieuwe generatie firewalls: de Next Generation Firewall (NGFW).
De nieuwe generatie firewall is met oog op de performance die geleverd moet worden gebasseerd op een hardware-apparaat dat in staat is om gesofisticeerde aanvallen te detecteren en blokkeren. Het maakt gebruik van security policies op zowel applicatie als op port en protocol-niveau. Het voegt een extra functie toe aan het beslissingsproces doordat het de details van het web-applicatieverkeer ‘begrijpt’. Aan de hand daarvan kan het actie ondernemen, bijvoorbeeld de blokkering van het betreffende netwerkverkeer of het genereren van een waarschuwing.
De nieuwe firewall-technologie omvat (naast de traditionele firewall-technieken): Intrusion Prevention System (IPS), Content Filtering System (CFS), Anti-Malware Prevention, DPI-SSL en Application Intelligence & Control (AIC). Deep Packet Inspection (DPI) is een geavanceerde methode van packet filtering die op de applicatielaag van het OSI-model functioneert. Met behulp daarvan zijn packets te vinden, te identificeren, te classificeren en packets met specifieke data of code payloads te blokkeren of om te leiden. Met deze techniek biedt een NGFW bescherming tegen malware, intrusions en exploits in applicaties. Ook door het toenemende gebruik van Web 2.0 en sociale netwerken (zowel voor zakelijk als persoonlijk gebruik), kan met behulp van beleidsregels voor individuele gebruikers en groepen een betere inzage verkregen worden in het verbruik van het netwerk- en applicaties. We spreken hier dan over netwerkoptimalisatie.
SSL wordt in toenemende mate inmiddels ook door cyber-criminelen gebruikt om detectie te omzeilen en malware te distribueren. Daarom hebben de meeste NGFW-firewalls de mogelijkheid om de met SSL versleutelde data packets te decrypten. De inspectie van de met SSL-versleutelde packets vergt wel het nodige van de system resources; de organisatie NSS Labs (https://www.nsslabs.com/next-generation-firewall-security-value-map-download) onderzoekt ieder jaar diverse leveranciers van NGFWs. En zij doen dit niet alleen op technisch vlak, maar ook bijvoorbeeld op papier (datasheet). Er zijn namelijk een aantal leveranciers die op papier pretenderen een bepaalde performance te kunnen leveren, terwijl dat in de praktijk helemaal niet het geval is.
De Next Generation Firewall
De nieuwe generatie firewall is met oog op de performance die geleverd moet worden gebasseerd op een hardware-apparaat dat in staat is om gesofisticeerde aanvallen te detecteren en blokkeren. Het maakt gebruik van security policies op zowel applicatie als op port en protocol-niveau. Het voegt een extra functie toe aan het beslissingsproces doordat het de details van het web-applicatieverkeer ‘begrijpt’. Aan de hand daarvan kan het actie ondernemen, bijvoorbeeld de blokkering van het betreffende netwerkverkeer of het genereren van een waarschuwing. De nieuwe firewall-technologie omvat (naast de traditionele firewall-technieken): Intrusion Prevention System (IPS), Content Filtering System (CFS), Anti-Malware Prevention, DPI-SSL en Application Intelligence & Control (AIC). Deep Packet Inspection (DPI) is een geavanceerde methode van packet filtering die op de applicatielaag van het OSI-model functioneert. Met behulp daarvan zijn packets te vinden, te identificeren, te classificeren en packets met specifieke data of code payloads te blokkeren of om te leiden. Met deze techniek biedt een NGFW bescherming tegen malware, intrusions en exploits in applicaties. Ook door het toenemende gebruik van Web 2.0 en sociale netwerken (zowel voor zakelijk als persoonlijk gebruik), kan met behulp van beleidsregels voor individuele gebruikers en groepen een betere inzage verkregen worden in het verbruik van het netwerk- en applicaties. We spreken hier dan over netwerkoptimalisatie.
NGFW en SSL-versleutelingSSL wordt in toenemende mate inmiddels ook door cyber-criminelen gebruikt om detectie te omzeilen en malware te distribueren. Daarom hebben de meeste NGFW-firewalls de mogelijkheid om de met SSL versleutelde data packets te decrypten. De inspectie van de met SSL-versleutelde packets vergt wel het nodige van de system resources; de organisatie NSS Labs (https://www.nsslabs.com/next-generation-firewall-security-value-map-download) onderzoekt ieder jaar diverse leveranciers van NGFWs. En zij doen dit niet alleen op technisch vlak, maar ook bijvoorbeeld op papier (datasheet). Er zijn namelijk een aantal leveranciers die op papier pretenderen een bepaalde performance te kunnen leveren, terwijl dat in de praktijk helemaal niet het geval is.
Tenslotte, NGFWs worden vaak nog als perimeter ingezet. Ze doen een prima job in het bewaken van de poort van en naar het internet. Maar wat als je hacker nu binnen zit? Tijd om na te denken om de NGFW ‘inline’ te plaatsen waarbij zowel north-to-south als east-to-west traffic geinspecteerd kan worden.
Security levert helemaal niets op, totdat…
Bij ondernemingen vormt security vaak het sluitstuk op de begroting. Immers, de CFO zal gelijk vragen wat het oplevert. Het antwoord zal ‘niets’ zijn. Want net zoals bij een verzekering is er geen return on investment. Totdat er zich een calamiteit voordoet want pas dan gaat het geld opleveren. Althans, er wordt nog steeds niets mee verdient maar het voorkomt dat men geld verliest. En reputatieschade en klanten en ga zo maar door.
Die calamiteit kan ook worden veroorzaakt door kwaadaardige email, de zogenaamde spam en phishing. Een grote ‘bolle’ webshop ondervond dat nog de afgelopen tijd. Hoewel een jaar geleden het bedrijf ook al werd getroffen door spam en phishing, was het deze keer weer raak. Kennelijk mankeerde er toch iets aan het mail security-systeem. Wat zou dat nou kunnen zijn?
DMARC de oplossing voor spam?
Om dat duidelijk te maken geven we een vergelijking met een huis dat is beveiligd met een firewall - in de vorm van een inbraakalarm - en camera’s die de hele omgeving in de gaten houden; de virusscanner. Alles lijkt goed beveiligd. Maar hoe goed dat huis ook beveiligd is moeten er altijd wel een paar ‘poorten’ open blijven; men wil toch mensen kunnen toelaten? Stel er belt een collectant aan en voordat we geld geven willen we zeker weten of deze collectant en de organisatie waar hij voor werkt echt is. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die in zo’n geval alert zijn om naar een identiteitspasje te vragen. Diezelfde controle zou met email ook moeten gebeuren. Welnu, die techniek is er in de vorm van DMARC.
Wat is DMARC?
Domain-based Message Authentication (DMARC) is een techniek die vraagt naar de identiteit van de verzender van email. DMARC is een standaard waarin staat aangegeven hoe de ontvanger van email aan de hand van de wel bekende SPF en DKIM-mechanismen de herkomst van email kan verifiëren. De verzender geeft met DMARC aan dat de emails zijn beschermd door SPF en/of DKIM en vertelt de ontvanger wat deze moet doen als het niet door de SPF/DKIM-test komt. Deze policy wordt in het publieke Domain Name System (DNS) gepubliceerd en is voor iedereen beschikbaar.
DMARC heeft goede papieren
DMARC werd door AOL, Gmail, Hotmail en Yahoo! ontwikkeld en toegepast om hun klanten te beschermen tegen spam/phishing. De DMARC-specificatie werd aan de Internet Engineering Task Force (IETF) voor standaardisatie overhandigd op 31 maart 2013. DMARC wordt ondertussen al grootschalig toegepast. Enkele cijfers: begin 2012 werd DMARC al ruwweg voor 2 miljard email accounts gebruikt, 60% van alle emails wereldwijd en 80% van de mailboxen in de US. Dit waren 80,000 actieve domains. Meer dan 25 miljoen gespoofde emails werden in 2013 ontmaskerd. Outlook.com rapporteerde een afname van 50% aan kwaadaardige email. Twitter meldde dat 110 miljoen messages per dag hun domains spoofden. Na de invoering van DMARC waren dit er nog slechts 1,000 per dag. Dat is natuurlijk een ongelofelijke afname.
Wel of niet DMARC implementeren?
Natuurlijk. Per definitie biedt geen enkel (email-)beveiligingssysteem 100% zekerheid. Maar omgekeerd, zonder beveiliging, is er wel 100% zekerheid dat men vandaag of morgen een keer getroffen wordt door bijvoorbeeld spam/phishing emails en dat de gevolgen dan zeer nadelig kunnen uitpakken.
Security is: niet langer reactief pleisters plakken
Wat ik vaak bij organisaties neerleg zijn de onderbelichte kanten van security. Zoals bijvoorbeeld het Internet of Things. De meeste mensen zien dat als een consumentenontwikkeling: domotica thuis. Maar het Internet of Things doet ook zijn intrede bij organisaties, zoals ziekenhuizen. Er komen steeds meer apparaten die connected zijn of kunnen zijn. Denk naast thermostaten, in huizen én bedrijfspanden, ook alarmsystemen. Die apparaten geven ons voordelen, laten ons kosteneffectief werken. Maar ze brengen ook risico’s met zich mee.
Gebrek aan richtlijnen
Veel producten worden tegenwoordig zó snel op de markt gebracht dat security onderbelicht is. Daar zijn helaas ook geen richtlijnen voor. Voor stofzuigers bijvoorbeeld wel: die moeten qua vermogen en brandgevaar aan bepaalde regels voldoen. Voor de securitykant van connected devices is dat er helemaal niet. Terwijl er allang gespecialiseerde zoekmachines zijn die kwetsbare systemen in kaart brengen.
Uiteenlopende apparaten vallen af te luisteren, te manipuleren of zelfs geheel van malafide firmware te voorzien. In de Verenigde Staten zijn er al incidenten geweest in ziekenhuizen. Security-onderzoekers hebben daar niet alleen verkeerd geconfigureerde pc’s ontdekt, maar ook via internet benaderbare pacemakers, anesthesiesystemen en andere medische apparatuur. Europol heeft al gewaarschuwd dat we binnenkort de eerste cybermoord kunnen verwachten.
Regeren is vooruitzien en dat is moeilijk
Organisaties zijn qua security namelijk vaak bezig met ‘pleisters plakken’. Dat is een reactieve aanpak. Ze kijken niet voorbij de horizon. Regeren is vooruitzien, maar vooruitzien kan bijna niet in de IT. We weten niet wat eraan komt. Toch moeten we meer vooruitkijken, want de wereld verandert flink en snel. Vandaag de dag bezitten de meeste mensen gemiddeld twee devices: een smartphone en een laptop/tablet. Daar komt het Internet of Things straks nog bij. Onderzoeksbureau Gartner voorspelt dat we tegen 2020 wereldwijd 26 miljard connected devices hebben.
Ondanks die groei aan apparaten blijft de mens de zwakke schakel. Denk aan te simpele wachtwoorden, waarvan er complete databases in omloop zijn op underground-fora. Het komt dan ook grotendeels neer op opvoeding. Het is een probleem zoals de politie ook heeft: 100 procent veilig bestaat niet. Maar we kunnen en moeten daar wel naar blijven streven. Ik vroeg laatst bij een klant: wat doe je preventief? Wat doe je als je een nieuwe medewerker in dienst neemt? Het antwoord was: account aanmaken, rechten toekennen, toegangspasje geven, en klaar. Daar ontbreekt dus bijvoorbeeld een securitytraining: wat er wel en niet mag in de organisatie.
Je kunt wel de nieuwste of beste securitytechnologie in huis hebben, maar het gaat erom hoe mensen omgaan met data, devices en dergelijke. Als iemand voorkeur heeft voor een iPad en dan bestanden overhevelt via een eigen Dropbox-account om deze te bekijken, heb je al een mogelijk securityprobleem. Het probleem is dat niemand werknemers training geeft. Wel hoe je je werk moet doen, om het bedrijf winst te bezorgen. Maar niet hoe je dat securityminded moet doen.
Het gaat om mensen
Ondertussen probeert de IT-afdeling krampachtig om de hele organisatie veilig te houden. De kosten daarvoor zullen alleen maar de pan uitrijzen, tenzij organisaties echt op security gaan hameren. Iedereen denkt ‘Dat is een probleem van IT’, maar het is een kwestie voor de hele organisatie. Pleisters plakken kan iedereen. We moeten kijken waar we naartoe willen.
